Vier koren en een symphonisch avontuur
Gisteren, zaterdag, brachten vier koren samen de uitvoering van een bijzondere “opera”: de Carmina Burana. Onder begeleiding van een echt symfonieorkest én een dirigent – niet de klassieke oude meester zoals je die soms op Nieuwjaarsconcerten ziet, maar een jonge, magere en licht excentrieke kerel. Tijdens de repetities legde hij ons het vuur aan de schenen: alles moest sneller, korter, preciezer. De aanzetten gaf hij met een bijna onzichtbaar tikje, waardoor we nauwelijks de kans kregen onze teksten te lezen.
De eerste repetitie in Mechelen werd dan ook een hallucinant fiasco. De gezichten bij het buitengaan spraken boekdelen: dit zou nog hard werken worden, met amper tien dagen tot de uitvoering. Zelf begon ik elke dag thuis te oefenen: hink, hink, equitavitten… bibit hera, bibit herus, in taberna… Maar makkelijk ging het niet.
Bij een tussenrepetitie met het Bachkoor in Elewijt werd er gericht gewerkt aan de pijnpunten. Het ging al iets beter. De tweede repetitie in Mechelen heb ik gemist – we waren uitgenodigd voor een barbecue bij de buren. Toch werd het oefenen opgevoerd, want hoewel ik de wil had, bleef mijn tong struikelen over het razendsnelle tempo.
De spanning zakt, het vertrouwen groeit
Met een klein hartje trok ik naar de Melaan in Mechelen, waar het zou gebeuren. Twee uur voor de uitvoering volgde nog een laatste repetitie. Onze excentrieke dirigent hamerde opnieuw op het belang van aandachtig kijken. Maar hoe moesten we dan onze teksten volgen?
Gelukkig ging het tempo bij de aanzet iets trager. We namen zijn aanwijzingen goed in ons op, en tijdens de koffiepauze zagen de gezichten om me heen er plots een stuk minder gespannen uit.
En jawel: de uitvoering werd een succes. Een staande ovatie volgde, en zelfs de dirigent klapte voor het koor. Héhé, we hebben het gehaald! Straks om 16 uur moeten we alweer aan de bak… maar dat komt vast goed.

